De ontwikkelingen in Nederland worden in belangrijke mate bepaald door de keuzes in andere landen, internationale en juist decentrale (beleids)kaders, de keuze van producenten van voertuigen en brandstoffen en de aankoopbereidheid van consumenten. Binnen dit complexe veld kan de overheid richting geven met mede-ontwikkeling van Europees beleid (zoals scherpe voertuigeisen voor CO2 en overige emissies), flankerend beleid, gerichte investeringen, en stimuleringsregelingen.

Het beleid en de instrumenten die nodig zijn om de gewenste transitie te ondersteunen, vragen daarom maatregelen en afstemming in een internationale en decentrale context.
Innovatiebeleid is op diverse niveaus te vinden: provinciale plannen, gemeentelijke speerpunten, topsectorenbeleid op nationaal niveau en in Europese kaderprogramma’s. Flankerend beleid zoals parkeerprivileges en emissievrije zones worden vooral op gemeentelijk niveau bepaald.

LEF Sessie Amersfoort

Gert Jan Prummel van Rijkswaterstaat, Gerrit Griffioen en Margriet Seip van de gemeente Groningen.

Op 28 juni 2017 kwamen decentrale overheden en bedrijven bijeen voor de LEF sessie “Zo kan het ook”. In ‘De Eenhoorn’ in Amersfoort zijn voorbeelden van publiek private samenwerkingen op het gebied van duurzaam vervoer besproken in verschillende sessies.

 

Landelijke vs lokale brandstofvisie

Hoe kunnen lokale overheden, gemeenten, provincies, regio’s geholpen worden bij de transitie naar duurzame mobiliteit, en waar kan de brandstofvisie bijdragen tot concrete inkoopconsortia/ aanbestedingen?

  • in samenwerking met bestaande brandstofplatforms/ green deals en (branche-) organisaties, welke initiatieven/projecten zijn al actief, welke vraag en aanbod is er bij partijen?
  • qua gezamenlijke doelstelling, is een gezamenlijke doelstelling wenselijk en haalbaar? (bv wanneer keuze elektrisch, h2 en (bio)-fuel) met aanpak, agenda, beleid en tooling
  • qua stimulantia (ienm/ez/rvo regelingen, private financiering/ investeerders, leningen)

Het schema hieronder laat het verschil zien tussen de landelijke processen en een voorbeeld van een lokale brandstofvisie.